Het voordeel van het feit dat niemand hier een planning heeft is dat iedereen er altijd voor in is om ergens heen te gaan. Je kan op het laatste moment een idee opperen en er is langs alle kanten animo voor. Want voor leuke dingen kan iedereen tijd maken. Zo worden er door vriendengroepen van de ene op de andere dag hele excursies op touw gezet. En ik ga maar al te graag mee.
De stad zelf is niet echt veel spectaculairs, je zou het een klein Latino New York kunnen noemen. Hij is bezaaid met hoge wolkenkrabbers, fastfoodketens en shopping malls. Het enige wat je belet te denken dat je in New York beland bent is de kleur van de mensen, de rommelige aard van de stad, de luidruchtige wirwar van toeterende auto's, brommertjes en busjes die het verkeer voorstellen, en de oneindige stroom fruitkarretjes, ramenwassers en snoepverkopers die onvermoeibaar bestuurders en voetgangers achternalopen. Ok ik geef toe, dat is best veel. Het deel van de stad dat wel de moeite waard is is la Zona Colonial, waar de herinneringen aan de koloniale tijd intact zijn gebleven en nationale helden worden vereerd. Met zijn afgebladderde gebouwen en oude mannetjes die op straat bordspelen doen, heeft het iets weg van Cuba. Het lijkt we alsof alle geschiedenis van het land zich hier heeft verzameld; de historische gebouwen, burchten en monumenten spreken over de opofferingen en bloeddorstige gevechten die het lot van het land hebben bezegeld. Maar voor de locals is het vooral het stadsgedeelte dat in het teken staat van uitgaan en gezelligheid; de thuis van nachten vol mergengue, salsa en bachata muziek, en elegant bewegende mannen met heupwiegende vrouwen die dansend geboren lijken te zijn.
Pas wanneer je de stad de rug toe keert en de zogenaamde campos (het rurale gedeelte van het land) inrijdt kom je het echte Dominicaanse leven tegen. Men zegt dat er hier geen jungle is maar ik vind het overweldigende groen waardoor je meteen overvallen wordt wanneer je de wolkenkrabbers van de stad achter je laat dicht in de buurt komen. Hier vind je een mengelmoes van alle soorten natuur die je je maar kan bedenken; bomen en planten in alle vormen, maten en kleuren sieren het zicht. Je ziet hier niet alleen de bekende platanobomen met hun enorme bladeren of exotische palmbomen; ook landschappen die recht uit de Savanne zouden kunnen komen, rijstvelden die je het idee geven dat je in Azië bent, en lianen waar nog net geen apen aan slingeren maken deel uit van de vegetatie van de campos. Daartussen duiken af en toe wat houten huisjes op van de mensen die tot de armste negentig procent van het land behoren, toch zijn die huisjes allesbehalve meelijwekkend. Je zou zelfs bijna jaloers worden op het idyllische karakter van hun stulpjes en de vreedzame natuur waardoor deze omgeven worden. Er is een huisje voor elke kleur van de regenboog en hoe klein ze ook zijn, ze zijn allemaal tot in de puntjes onderhouden, met een keurig omheind tuintje (komt goed uit, want alles wat omheining is is goed genoeg om de was op te hangen), volgestouwd met enthousiast groeiende planten, wat kippen die her en der rondscharrelen, en natuurlijk zitten er steevast wat mensen voor hun huis in een schommelstoel of lopen er wat kinderen te spelen om het tafereeltje compleet te maken. Als je net uit de stad komt voelt dit aan als een oase van rust, alsof iemand die hier woont nooit stress kan hebben of überhaupt iets aan zijn hoofd kan hebben. Maar schijn bedriegt; in zo'n huisjes kunnen zich hele ondernemingen verschuilen. Velen zijn een 'restaurant' (wat betekent dat een vrouw voor het huisje in haar kookpotten staat te roeren en her en der wat gekookte platano's uitdeelt), maar sommigen worden ook gesierd met de naam 'kapper', 'winkel voor alles', 'internethuis' en zelfs 'discotheek'. En je vraagt je af hoe dat zich allemaal op die paar vierkante meter kan afspelen. De meeste bedrijvigheid vindt dan ook buiten plaats; als iemand jarig is of sterft verzamelt het hele dorp zich, in het wit of in het zwart gekleed, rond zo één huisje, terwijl er hier en daar wat varkens gebraden worden. Af en toe moeten ze uitwijken voor een enkele auto, een stoet koeien of wat wilde paarden die erdoor willen. Natuurlijk is er voor elke honderd houten huisjes één bombastische poort met daarachter een oprit die leidt naar een enorm landgoed met een prachtig huis en een zwembad, wat maar enkele dagen per maand bewoond wordt. Een buitenverblijfje van de beter bedeelde minderheid, want verschil moet er zijn.
Als je deze enorme reeks heuvelruggen achter je hebt gelaten kom je uit aan de andere kant van het eiland. Dan pas heb je echt het gevoel dat je op het einde van de wereld beland bent. Blauw zeewater dat zo helder is dat je al van ver kan zien wat voor vissen erin rondzwemmen, en zand dat zo wit is dat het pijn doet aan je ogen, maken hier deel uit van de orde van de dag. Enkele vissershuisjes en een restaurantje voor de toeristen hebben zich genesteld in deze idyllische omgeving. Verder zijn de gebruikelijke spelende kinderen en af en aan varende motorbootjes de enige dingen die wat beweging in in het landschap brengen. Met zo'n motorbootje scheer je over het water op weg naar een eilandje verderop, tot je het zoute water op je lippen proeft. Maar dat is nog maar een voorsmaakje. Wanneer je op het eilandje aankomt heb je het gevoel dat je in een Robinson Cruisoe verhaal beland bent. Er is net genoeg plek voor de drie hutjes die je fruit voorschotelen en je voorzien van duikbrillen en snorkels om de diepe wateren van Cayo Arena te trotseren. Eens onder water word je afgesloten van de buitenwereld, de stemmen van de mensen om je heen en het geluid van de motorbootjes vervagen en je wordt omringd door een wereld van rust en kleuren. Zwemmend langs de enorme koraalriffen kom je niet alleen vissen in alle vormen, maten en kleuren tegen, maar ook planten, prachtige koralen, enorme schelpen en andere zeedieren die hier hun thuis hebben gevonden -en hier en daar zelfs een vergeten autoband. En je vraagt je af hoe deze oneindige vreedzame en rustgevende wereld dezelfde zee kan zijn die soms zo woest is dat hij hele schepen hardvochtig opslokt. De enorme helblauwe oneindigheid die vanaf de andere kant van het koraalrif naar me staart vertelt me dat ik het niet wil weten.
Ama la vida
Mijn oude blog weer wat leven ingeblazen voor een nieuw (mini)avontuurtje in de Dominicaanse Republiek!
dinsdag 20 januari 2015
zondag 11 januari 2015
Cultuurshock
Het eerste waardoor ik overvallen word wanneer ik mijn eerste stappen in dit land zet is het enorme chaotische verkeer, mensen die liever toeteren dan een knipperlicht gebruiken en niet weten waar die witte strepen op straat voor dienen, hele families op een motor die behendig door de kluwen van auto's heen crossen, op elke hoek van de straat overvallen worden door massa's fruitverkopers, ramenwassers enzovoort, mensen die op straat rondhangen alsof ze wachten tot iemand werk in hun schoot komt werpen (het Europese fenomeen 'hangjongeren' geldt hier voor de hele bevolking, je zou het 'hangdominicanen' kunnen noemen) en de vele bedelaars die je elke keer weer voor het hartbrekende dilemma zetten; onjuist zijn en iets geven, of onmenselijk zijn en niks geven?
Ja hoor daar is ie weer, die goeie ouwe cultuurshock. Zo herkenbaar en toch zo vreemd. Ik verbaas me om mijn eigen verbazing wanneer mensen hevige discussie's voeren zoals alleen politici dat bij ons kunnen, wanneer er naar hartenlust geroepen en geschreeuwd wordt om de simpelste mening te uiten, wanneer iedereen ongevraagd zijn hart bij je uitstort, wanneer één of andere baseballheld thuiskomt en het enorme nationalisme van dit land zich manifesteert, wanneer mensen met een kar vol plastieken zakjes een supermarkt uit komen lopen omdat ze nog nooit van het woord recycleren -of überhaupt het woord vuilnisbak, gehoord hebben,... Want ik heb het allemaal toch al eerder gezien en meegemaakt, ik heb de frustratie erom meegemaakt en ik ben eraan gewend geworden, maar toch begin ik nu weer van voor af aan.
Desalniettemin is deze cultuurshock op vele gebieden ook weer anders dan de vorige. De eerste grote tegenstelling met vorige keer is dat ik dit keer in een grote stad zit, wat in vele opzichten toch anders is dan die uithoek van Ecuador waar ik vorige keer verzeild ben geraakt. Je kan hier bijvoorbeeld wat anders te eten krijgen dan platano's en rijst (sterker nog, je kan hier zowat alles krijgen, want de stad is bezaaid met fastfoodketens, op dat gebied is het een klein New York) en ik word hier niet aangekeken en behandeld alsof ik van mars kom -wat een hele opluchting is, aangezien ze hier wel al gewend zijn aan gringo's. Maar dat kan ook gevolg zijn van de tweede tegenstelling; dat ik me in nogal een (steen)rijk milieu bevind. Aangezien Zuid-Amerika voornamelijk bestaat uit een (kleine) zeer rijke bevolkingsgroep, en een (veel grotere) zeer arme bevolkingsgroep, en ik vorige keer die tweede groep van dichtbij heb mogen bekijken, is het interessant de maatschappij eens vanuit het andere perspectief te bekijken.
Deze (steen)rijken bevestigen alle clichés. Ze hebben bedienden en chauffeurs, en in het weekend reizen ze af naar een van hun vele vakantiehuisjes die over het hele land uitgezaaid zijn. Hun kinderen zijn mollig en verwend en lopen de hele dag met hun neus tegen een iPad geplakt. Ze zijn lid bij fancy golf- en tennisclubs met zwembaden en voetbalvelden waar ze continue eten en drinken bestellen om er vervolgens de helft van te laten staan. Hun jobs hebben ze voornamelijk verkregen door vriendjespolitiek en ze ontlopen behendig belastingen (bijgevolg bestaat het concept belastingen hier bijna niet, want terwijl de rijken ze ontlopen hebben de armen er het geld niet voor) En ze lijken geen idee te hebben van de waarde van alles wat ze verspillen.
Dat laatste is dan weer iets dat ook bij de armen herkenbaar is, iets wat een gemeenschappelijke eigenschap lijkt te zijn van alle Latino's; tijd lijkt waardeloos voor hen, net als geld. Het enige waar ze echt veel belang aan hechten is familie en trots. Ze hebben liever zelf een kleine onderneming dan onder gezag te staan van een grote baas met een kans om zich op te werken. Dit heeft als gevolg dat de meeste mensen niet echt iets hebben waar ze naartoe werken, ze hebben geen doel. Ze maken nooit plannen en vertrouwen eerder op de zon dan op hun klok. Ze kabbelen maar wat voort. Sommigen leven, sommigen overleven. Maar waar ze heen gaan lijkt niemand te weten. Deze mentaliteit zet de woorden 'nut' en 'tijd' in een heel ander perspectief.
Ik daarentegen heb de eerste dagen dat ik hier was geworsteld met dat woord: 'nut'. Ik kende mijn weg nog niet goed in de stad en het land, en door spijbelende Dominicanen kon ik niet meteen aan mijn stage beginnen. Dus hing ik maar wat rond met mijn gastfamilie, deed ik de dingen die zij doen (bestaat basically uit wachten tot een neef of nicht, oom of tante belt om samen rond te gaan hangen) en wachtte ik tot ik kon beginnen met werken (elke dag was dat 'morgen') Elk uur schoot het door mijn hoofd 'Wat is het nut hiervan?' Ik wil dingen leren; als ik niet kan gaan werken wil ik reizen, dingen zien. Alles behalve her en der rondhangen en wachten tot er iets gaan gebeuren, niemand weet ooit wat en wanneer. Maar dat is ook leren, als je wilt leven in een maatschappij, niet als toerist maar werkende en als lid van een familie, is het net dat wat je moet leren; de mentaliteit van die maatschappij overnemen. Het woord 'nut' uit je woordenboek schrappen, net als 'plannen' en 'afspreken'.
Ondertussen begin ik een beetje gewend te geraken aan deze vreemde cultuur (hoewel ik er niet al te gewend aan moet worden, want dan heb ik een probleem wanneer ik terug kom) Ik weet wat beter hoe ik me moet bewegen in deze stad en deze maatschappij, hoe ik geregeld kan krijgen wat ik geregeld wil krijgen, hoe ik mijn ding kan doen en mijn tijd goed kan gebruiken zonder heb integratieproces (als je daar in zo'n korte tijd over kan spreken) te verstoren. Het gaat er om een evenwicht te vinden tussen dingen op je af te laten komen en het heft in eigen handen nemen. Het eerste is nodig om me echt in de mensen, hun manier van denken en hun maatschappij te verdiepen, en het tweede is nodig om ervaringen op te doen, en de korte tijd die ik hier heb goed te benutten. Shit, daar is het verboden woord weer. Je ziet, ik ben en blijf een Westerling.
Ja hoor daar is ie weer, die goeie ouwe cultuurshock. Zo herkenbaar en toch zo vreemd. Ik verbaas me om mijn eigen verbazing wanneer mensen hevige discussie's voeren zoals alleen politici dat bij ons kunnen, wanneer er naar hartenlust geroepen en geschreeuwd wordt om de simpelste mening te uiten, wanneer iedereen ongevraagd zijn hart bij je uitstort, wanneer één of andere baseballheld thuiskomt en het enorme nationalisme van dit land zich manifesteert, wanneer mensen met een kar vol plastieken zakjes een supermarkt uit komen lopen omdat ze nog nooit van het woord recycleren -of überhaupt het woord vuilnisbak, gehoord hebben,... Want ik heb het allemaal toch al eerder gezien en meegemaakt, ik heb de frustratie erom meegemaakt en ik ben eraan gewend geworden, maar toch begin ik nu weer van voor af aan.
Desalniettemin is deze cultuurshock op vele gebieden ook weer anders dan de vorige. De eerste grote tegenstelling met vorige keer is dat ik dit keer in een grote stad zit, wat in vele opzichten toch anders is dan die uithoek van Ecuador waar ik vorige keer verzeild ben geraakt. Je kan hier bijvoorbeeld wat anders te eten krijgen dan platano's en rijst (sterker nog, je kan hier zowat alles krijgen, want de stad is bezaaid met fastfoodketens, op dat gebied is het een klein New York) en ik word hier niet aangekeken en behandeld alsof ik van mars kom -wat een hele opluchting is, aangezien ze hier wel al gewend zijn aan gringo's. Maar dat kan ook gevolg zijn van de tweede tegenstelling; dat ik me in nogal een (steen)rijk milieu bevind. Aangezien Zuid-Amerika voornamelijk bestaat uit een (kleine) zeer rijke bevolkingsgroep, en een (veel grotere) zeer arme bevolkingsgroep, en ik vorige keer die tweede groep van dichtbij heb mogen bekijken, is het interessant de maatschappij eens vanuit het andere perspectief te bekijken.
Deze (steen)rijken bevestigen alle clichés. Ze hebben bedienden en chauffeurs, en in het weekend reizen ze af naar een van hun vele vakantiehuisjes die over het hele land uitgezaaid zijn. Hun kinderen zijn mollig en verwend en lopen de hele dag met hun neus tegen een iPad geplakt. Ze zijn lid bij fancy golf- en tennisclubs met zwembaden en voetbalvelden waar ze continue eten en drinken bestellen om er vervolgens de helft van te laten staan. Hun jobs hebben ze voornamelijk verkregen door vriendjespolitiek en ze ontlopen behendig belastingen (bijgevolg bestaat het concept belastingen hier bijna niet, want terwijl de rijken ze ontlopen hebben de armen er het geld niet voor) En ze lijken geen idee te hebben van de waarde van alles wat ze verspillen.
Dat laatste is dan weer iets dat ook bij de armen herkenbaar is, iets wat een gemeenschappelijke eigenschap lijkt te zijn van alle Latino's; tijd lijkt waardeloos voor hen, net als geld. Het enige waar ze echt veel belang aan hechten is familie en trots. Ze hebben liever zelf een kleine onderneming dan onder gezag te staan van een grote baas met een kans om zich op te werken. Dit heeft als gevolg dat de meeste mensen niet echt iets hebben waar ze naartoe werken, ze hebben geen doel. Ze maken nooit plannen en vertrouwen eerder op de zon dan op hun klok. Ze kabbelen maar wat voort. Sommigen leven, sommigen overleven. Maar waar ze heen gaan lijkt niemand te weten. Deze mentaliteit zet de woorden 'nut' en 'tijd' in een heel ander perspectief.
Ik daarentegen heb de eerste dagen dat ik hier was geworsteld met dat woord: 'nut'. Ik kende mijn weg nog niet goed in de stad en het land, en door spijbelende Dominicanen kon ik niet meteen aan mijn stage beginnen. Dus hing ik maar wat rond met mijn gastfamilie, deed ik de dingen die zij doen (bestaat basically uit wachten tot een neef of nicht, oom of tante belt om samen rond te gaan hangen) en wachtte ik tot ik kon beginnen met werken (elke dag was dat 'morgen') Elk uur schoot het door mijn hoofd 'Wat is het nut hiervan?' Ik wil dingen leren; als ik niet kan gaan werken wil ik reizen, dingen zien. Alles behalve her en der rondhangen en wachten tot er iets gaan gebeuren, niemand weet ooit wat en wanneer. Maar dat is ook leren, als je wilt leven in een maatschappij, niet als toerist maar werkende en als lid van een familie, is het net dat wat je moet leren; de mentaliteit van die maatschappij overnemen. Het woord 'nut' uit je woordenboek schrappen, net als 'plannen' en 'afspreken'.
Ondertussen begin ik een beetje gewend te geraken aan deze vreemde cultuur (hoewel ik er niet al te gewend aan moet worden, want dan heb ik een probleem wanneer ik terug kom) Ik weet wat beter hoe ik me moet bewegen in deze stad en deze maatschappij, hoe ik geregeld kan krijgen wat ik geregeld wil krijgen, hoe ik mijn ding kan doen en mijn tijd goed kan gebruiken zonder heb integratieproces (als je daar in zo'n korte tijd over kan spreken) te verstoren. Het gaat er om een evenwicht te vinden tussen dingen op je af te laten komen en het heft in eigen handen nemen. Het eerste is nodig om me echt in de mensen, hun manier van denken en hun maatschappij te verdiepen, en het tweede is nodig om ervaringen op te doen, en de korte tijd die ik hier heb goed te benutten. Shit, daar is het verboden woord weer. Je ziet, ik ben en blijf een Westerling.
zondag 29 januari 2012
Vlak aan het centrum ligt Las Palmas, een klein schattig strandje waar 's ochtens voetballers en joggers rondrennen en je op de smalle zandstrook tussen felgroene heuvels en helblauwe wateren richting het zuiden kan wandelen en getuige kan zijn van prachtige zonsondergangen -maar je durft je fototoestel niet uit te halen om het vast te leggen- tot je de stenenverzameling bereikt vanaf waar de toegang verboden is en een legerpost je staat op te wachten om dat duidelijk te maken. Achttien kilomer verder komen we aan in Tonsupa, een relatief ordelijk en schijnbaar rijk strandje waar appartementsgebouwen verstoppertje spelen met de wolken, vollebak massages, zonnebrillen en dure cocktails worden aangeboden en buitenlandse gepensioneerden in alle rust hun dagen slijten. Natuurlijk zou het Ecuador niet zijn als er langs die luxe geen krottenwoningen woekerden en die tegenstelling zorgt ervoor dat tijdens wandelingen langs de kustlijn de kans groot is dat er mannen met messen van achter de huisjes -lees houtverzamelingen- tevoorschijn komen om de balans van de bezittingen een beetje meer in evenwicht te brengen. Nu zijn we nog maar enkele kilometers verwijderd van het befaamde partybeach dat hier mijn tweede thuis genoemd wordt, Atacames, het middelpunt van het universum der zottigheid. Nog een paar minuutjes verder bereiken we Sua, een strandje zo rustig dat zelfs de zee amper beweegt, ingesloten tussen twee rotspartijen. Wanneer we nog een uurtje op de bus zitten
stappen we uit in Tonchigue waar als eerste de felblauwe visserbootjes in ons zichtsveld vallen en daarachter doemen de kleine restaurantjes op die lustig ceviche -een befaamd costa gerecht, een soep met zeevruchten- en camarones -een soort reuzegarnalen- aanbieden. Even later is er Muisne, waar je alleen geraakt via een bootje, tamelijk verontrustend als je de capaciteit van die houtverzameling vergelijkt met het aantal personen die ze erin proppen, om dan aan de komen op een schattig winkelstraatje met drie winkeltjes, een bakker en een kapper en daar een motorfietsje te pakken om eindelijk een eindeloos leeg strand te bereiken. Met nog een paar uurtjes bus achter de rug bereiken we Mompiche, het strand van de toeristen en de backpackers, voor de toeristen is er het enorme luxueuze hotel Decameron, dat bekend staat als het een van de duurste hotels van Ecuador, en voor de backpackers zijn er talrijke houten hostelletjes waar er wordt gedoucht bij kaarslicht, wordt geluierd in hangmatten, vollebak surflessen worden aangeboden -met een beetje geluk gratis-, artisanales worden gefabriceerd door reizende kunstenaars en de meest diverse schelpenvondsten worden gedaan.En zo leidt routa del sol je verder en verder Zuidwaards, telkens een nieuw strand met zijn eigen verassingen.
vrijdag 30 december 2011
Zowat de vreemdste reeks feestdagen van mijn leven, misschien alleen al door het rare feit van een zonovergoten kerst. Kerstavond; lichtjes in de boom, bidden, kip op tafel -niet veel speciaals, het feit dat iedereen samen aan tafel zit is in deze familie al heel speciaal- en dan ik naar het playa van Atacames om daar kerstnacht en -dag door te brengen. Na al die zottigheid begon nieuwjaar al allesoverheersend in de straten van Esmeraldas aanwezig te zijn in de vorm van levensgrote houten poppen die symbool staan voor iemand of een groep mensen, waaraan massa's uren werk en geld wordt besteed om ze tijdens de jaarwisseling in brand te steken, op zo'n idee kan alleen Ecuador komen. Ons plan was om onze coordinator in brand te steken, die we niet al te graag hebben met al zijn regeltjes -en visa versa-, tot we erachter kwamen dat het verbranden voor geluk en goede wensen in het nieuwe jaar staat. De avond zelf begon met een familiedinner, de overschot van kerstavond, en tegen twaalf uur lag de straat vol met brandende poppen en spoot het vuurwerk alle kanten uit en daarmee verdween ook ik om het nieuwe jaar feestelijk in te gaan luiden aan het playa.
De vakantie opent zijn deuren, en duurt voort tot en met een april -ik zie de gezichtjes al groen en geel kleuren van jaloezie en het spijt me maar ik kan jullie geen ongelijk geven- Nummer een op de to do lijst is natuurlijk reizen reizen en reizen, hoewel dat voorlopig nog een moeilijk punt is aangezien we van afs pas vanaf twintig januari mogen reizen en dan nog toestemming van jan en alleman nodig hebben. Maar er wordt werk van gemaakt en in de tussentijd houden we het bij de onontdekte playa's en verborgen plaatsjes in de provincie Esmeraldas zelf, waar we ook al even bezig mee zijn want de provincie op zich is al even groot als Belgie -en men blijft Ecuador maar een klein land noemen- En ondertussen brengen we onze ochtenden door in onze geliefde guarderia ergens langs de rio's van Esmeraldas tussen de houten huisjes en zandpaadjes, waar acht uur per dag al de kinderen die aan deze oevers opgroeien worden samengebracht. Elk dragen ze hun eigen verhaal met zich mee, eentje is ziek omdat de moeder tijdens de zwangerschap en de borstvoeding zwaar aan de drugs zat, de ander heeft een moeder van dertien jaar,... maar daar zijn ze acht uur per dag gewoon kinderen die eten en verzorging krijgen. Al voor we er binnenkomen horen we in koor uit een massa kindermondjes onze naam roepen, die tevens voor ons allemaal hetzelfde is 'tia tia tia' -tante-. En wanneer je de deur binnentreedt begint de aanval, kleine hoopjes mens komen met open armpjes op je af getrippeld en voor de rest van de dag heb je op z'n minst van voor en van achter twee kinderen aan je hangen. De plaats wordt rechtgehouden door vijf prachtige tia's die vol energie, klappend in hun handen, met hun negerinnenkonten schuddend en met heel hun weelderige lichamen knuffelend en troostend, elk hun hoekje beheren. In het hoekje van de allerjongsten -van nul tot een paar maanden- worden de babytjes op bed gedrapeerd, gewiegd en pampers ververst. in het hoekje van de volgende leeftijdscategorie wordt er rondgewaggeld en gekropen, op alles gezabberd wat er maar vastgegrepen kan worden, gevallen en gehuild, en dan is daar de tia der tia's die ze een voor een van de grond plukt en knuffelt en kust alsof ze ze gaat opeten, zoals mama dat kan als ze slachtoffers die klein en schattig genoeg zijn kan vinden. Dan komt er het hoekje waar al wat gespeeld kan worden, liedjes gezongen en kringetjes gemaakt, in een ander hoekje wordt met puzzels geexperimenteerd, in een ander wordt er op tekenpapier aangevallen met potloden en soms wordt er zelfs al geteld. En zo worden ze, hoewel het telkens dezelfde puzzels zijn en de potloden al tot op het bot opgebruikt zijn, zoet gehouden tot er banken en stoelen tevoorschijn worden geschoven en er wonder boven wonder voor bijna iedereen een zitplaats wordt gecreëerd en dan begint de drukte van het eten, schoonmaken en slapen. Een heel bord soep en rijst met vlees moet in ieder mondje binnengeschoven worden -die maaltijd is tevens de hoofdreden dat de meeste kinderen komen-, wat niet bepaald gemakkelijk is. Ze zakken op hun stoeltjes onderuit, vallen alvast in slaap, geven alles te vroeg weer terug -langs boven of onder- en het eten beland overal behalven in de mondjes. Een schoonmaakbeurt is na deze zottigheid dan ook hoognodig, kleren worden uitgetrokken en een voor een worden ze in het kleine badkamertje afgespoten, op de potjes gezet en uiteindelijk op de twee matrassen en alle andere plaatsjes die voor slapen beschikbaar zijn gedrapeerd voor een siesta. Dan lijkt de boel wat gekalmeerd en verlaten wij stilletjes het gebouwtje, maar wanneer ze wakker worden -en ze slapen bijlange niet allemaal- begint het hele spel weer van voor af aan.

De vakantie opent zijn deuren, en duurt voort tot en met een april -ik zie de gezichtjes al groen en geel kleuren van jaloezie en het spijt me maar ik kan jullie geen ongelijk geven- Nummer een op de to do lijst is natuurlijk reizen reizen en reizen, hoewel dat voorlopig nog een moeilijk punt is aangezien we van afs pas vanaf twintig januari mogen reizen en dan nog toestemming van jan en alleman nodig hebben. Maar er wordt werk van gemaakt en in de tussentijd houden we het bij de onontdekte playa's en verborgen plaatsjes in de provincie Esmeraldas zelf, waar we ook al even bezig mee zijn want de provincie op zich is al even groot als Belgie -en men blijft Ecuador maar een klein land noemen- En ondertussen brengen we onze ochtenden door in onze geliefde guarderia ergens langs de rio's van Esmeraldas tussen de houten huisjes en zandpaadjes, waar acht uur per dag al de kinderen die aan deze oevers opgroeien worden samengebracht. Elk dragen ze hun eigen verhaal met zich mee, eentje is ziek omdat de moeder tijdens de zwangerschap en de borstvoeding zwaar aan de drugs zat, de ander heeft een moeder van dertien jaar,... maar daar zijn ze acht uur per dag gewoon kinderen die eten en verzorging krijgen. Al voor we er binnenkomen horen we in koor uit een massa kindermondjes onze naam roepen, die tevens voor ons allemaal hetzelfde is 'tia tia tia' -tante-. En wanneer je de deur binnentreedt begint de aanval, kleine hoopjes mens komen met open armpjes op je af getrippeld en voor de rest van de dag heb je op z'n minst van voor en van achter twee kinderen aan je hangen. De plaats wordt rechtgehouden door vijf prachtige tia's die vol energie, klappend in hun handen, met hun negerinnenkonten schuddend en met heel hun weelderige lichamen knuffelend en troostend, elk hun hoekje beheren. In het hoekje van de allerjongsten -van nul tot een paar maanden- worden de babytjes op bed gedrapeerd, gewiegd en pampers ververst. in het hoekje van de volgende leeftijdscategorie wordt er rondgewaggeld en gekropen, op alles gezabberd wat er maar vastgegrepen kan worden, gevallen en gehuild, en dan is daar de tia der tia's die ze een voor een van de grond plukt en knuffelt en kust alsof ze ze gaat opeten, zoals mama dat kan als ze slachtoffers die klein en schattig genoeg zijn kan vinden. Dan komt er het hoekje waar al wat gespeeld kan worden, liedjes gezongen en kringetjes gemaakt, in een ander hoekje wordt met puzzels geexperimenteerd, in een ander wordt er op tekenpapier aangevallen met potloden en soms wordt er zelfs al geteld. En zo worden ze, hoewel het telkens dezelfde puzzels zijn en de potloden al tot op het bot opgebruikt zijn, zoet gehouden tot er banken en stoelen tevoorschijn worden geschoven en er wonder boven wonder voor bijna iedereen een zitplaats wordt gecreëerd en dan begint de drukte van het eten, schoonmaken en slapen. Een heel bord soep en rijst met vlees moet in ieder mondje binnengeschoven worden -die maaltijd is tevens de hoofdreden dat de meeste kinderen komen-, wat niet bepaald gemakkelijk is. Ze zakken op hun stoeltjes onderuit, vallen alvast in slaap, geven alles te vroeg weer terug -langs boven of onder- en het eten beland overal behalven in de mondjes. Een schoonmaakbeurt is na deze zottigheid dan ook hoognodig, kleren worden uitgetrokken en een voor een worden ze in het kleine badkamertje afgespoten, op de potjes gezet en uiteindelijk op de twee matrassen en alle andere plaatsjes die voor slapen beschikbaar zijn gedrapeerd voor een siesta. Dan lijkt de boel wat gekalmeerd en verlaten wij stilletjes het gebouwtje, maar wanneer ze wakker worden -en ze slapen bijlange niet allemaal- begint het hele spel weer van voor af aan.
woensdag 23 november 2011
Hier zitten we dan in het midden van de zomer -we zitten altijd in het midden want de zomer is oneindig- langs onze mega kerstboom die zo uit een boekje zou kunnen komen -wat in schril contrast staat met het huis waarin hij geplaatst is- en niet wilt stoppen met op een verschrikkelijk eentonig toontje alle mogelijke kerstliedjes uit te spuwen en er schieten weer honderden loshangende rarigheden door mijn hoofd die het Belgenlandje toch zou moeten weten. Iedereen kan altijd en overal in slaap vallen en wat ik minder goed begrijp is dat men even gemakkelijk ook wakker wordt waardoor het in slaap zijn zelf weinig gewaardeerd wordt,alles -echt alles- wordt met een lepel gegeten en niemand lijkt een mes en vork te kunnen hanteren. Elke dag is er op elk kanaal van de televisie een half uur propaganda voor de regering en overal fladderen flyers van de communistische marxistische leninistische partij. Niemand stapt in een bus of taxi waar er geen loeiharde muziek draait. Mensen praten zoals sommige mensen aan de telefoon dat doen die denken dat ze moeten roepen tot waar de persoon aan de andere kant van de lijn zich bevindt. Quasi alle mannen heten Carlos en alle vrouwen zijn Carla gedoopt. Dat wat in de Belgische geschiedenislessen communisme wordt genoemd is hier socialisme en wat wij als liberalisme kennen wordt dan weer kapitalisme genoemd. Er lopen enkel in deze provincie meer travestieten rond dan in heel Zuid-Amerika tezamen... en zo kan ik nog wel even blijven door gaan. Maar laten we bij deze een punt zetten achter die oneindige opsommingen en overgaan naar het dagelijkse leven in Esmeraldas - of toch voor het weinige dagelijkse dat er aan het leven hier is.
'S ochtends vertrek ik thuis gewapend voor de dag met mijn dikke kleurrijke tas -aangezien ik nogal ver van het centrum woon is thuis tussenstopjes maken onmogelijk en zo gaan er massa's e verkleedpartijen door in huizen van vrienden of op openbare toiletten- Na de lange hobbelige rit met de rio's, de krottenwijken en al de andere drukte van het begin van de dag die aan mijn raam voorbijglijdt komen we aan in Esmeraldas centro en daar begeven we ons naar het strand voor een loopje en een duikje in de golven of naar het kinderopvanghuis in de achterbuurten (wat je je hier nu bij voorstelt is de normale buurt, de achterbuurten zijn daar waar de stad en daarmee het kleine beetje civilisatie dat nog over was eindigt en de rivier zijn weg vindt, waar geen straten meer zijn maar stoffige paadjes -hoewel dat ook in de normale buurten vaak het geval is- en enkele houten planken als huizen moeten dienen) waar acht uur per dag zevenentachtig kinderen onder de zes jaar worden opgevangen in een ruimte die daar niet capabel voor is. Daarna springen we in het stijve uniform om zes uren lang tussen de schoolmuren door te brengen mij bezighoudend met
armbandjes knopen, lezen of tekenen. Wanneer de klok zeven uur slaat spring ik op de bus en na nog een verkleedpartij brengen we de avond met de hele groep gringo's door in het park infantil om een ijsje te eten, het centro commercial met zijn vijf winkels, park las palmas waar je salchipapa kan eten (een bakje met frieten en vlees op een hoopje gegooid -en ik ben al zo ver dat ik al niet meer proef hoe plat en smakeloos de frieten zijn), een filmpje te gaan kijken -bij iemands thuis dan wel want de dichtsbijzijnde cinema is zo'n vier uur rijden- of een bezoekje te brengen aan onze favoriete bar. Ondertussen worden we elke dag die voorbijvliegt een beetje onrustiger en wanneer we echt niet meer stil kunnen zitten weten we wat dat betekent; het weekend is daar en het is tijd voor de Atacames vibe. We springen op de bus en na een half uurtje worden we verwelkomd door de levendige straten en het muzikale strand van ons onuitputtelijke Atacames, klaar om nieuwe mensen te ontdekken -of bekenden te ontmoeten, in waikiki bar is er van alles iets- en verhalen te horen, zotte dingen mee te maken en kunsten aan te leren als het zwaaien met vuurstokjes, juwelen maken via knooptechnieken, met een surfplank de golven trotseren en dirty dancing op dweperige salsa's en dynamische reggaeton.
donderdag 10 november 2011
Kleine toevoeging; Gelieve een poging te doen je bij elk berichtje een paar weken terug in de tijd te verplaatsen want in Ecuador zijn we op alles een beetje achter, zo ook op gebied van tijd.
woensdag 12 oktober 2011
Atacames, mijn thuis in de weekenden –en door de week ook al eens- is zowat het tegengestelde van die Ecuadoriaanse cultuur. Daar bestaan dingen als familie en traditie niet, daar bestaan enkel de golven en de fiesta’s. Daar loop je de hele wereld tegen het lijf, globetrotters die er voor enkele maandjes neerstrijken, surfers die niets anders doen dan hele dagen over de golven glijden, hippies die hun zelfgemaakte waren aan de toeristen proberen te verkopen, backpackers die er hun tocht eventjes staken. Daar is loco zijn geen belediging maar een vereiste en zijn de geesten zo breed als de horizon.
Abonneren op:
Posts (Atom)